Mini saga

Christmas Eve

Een fietswedstrijd met mijn broers. Ik sla over de kop en zie emotieloos mezelf van boven af op straat liggen. Tanden uit mijn mond. Toch overheerst deze warme herinnering: 's avonds in het ouderlijk bed, luisterend naar het hoorspel 'Scrooge and Marley'. Een prinses met een dracula lachje.

 
     
 

Des cartes

Parijs, september 1965. Het getraliede liftje gaat knarsend en piepend naar boven. Dan sta ik voor een grote houten deur. Ik klop, een bel is er niet. Een mooie elegante vrouw doet open. Achter haar twee blonde kindertjes. Een tenger meisje van vijf, lief loensend, maakt een reverence, waarna ze haar kleine handje in de mijne legt. Een jongetje, drie jaar, met krullen, geeft me een handkus, daarbij netjes voorover buigend. Die middag word ik hun nieuwe au pair.

Na mijn behaalde eindexamen vlieg ik eindelijk uit: een jaar Parijs is mijn grote wens. Het begin is moeilijk. 's Avonds verdwaal ik in de lange Franse gebeden. Ik stop er verkeerde woorden in: de kinderen stikken van de lach. Het jongetje wil een toevoeging aan het gebed: Et garde bien mon petit auto rouge. Dat mag. Amen.
Twee keer per dag moet ik koken. Mijn eerste biefstukken bak ik te hard en een eetlepel zout bij de spinazie zorgt aan tafel voor verschrikte gezichten. Ik bezem het huis: elektriciteit is duur, dus is hier geen stofzuiger. De hele dag ben ik in de weer, maar ik krijg wel tijd voor de Sorbonne.
Achter de keuken met de rood-wit geblokte gordijntjes is mijn kamertje met mijn witte, ijzeren spijltjesledikant. Heerlijk is het om me daar 's avonds terug te trekken. Ik kan dan geen Frans meer hóren. Maar mijn huishoudelijke kwaliteiten moeten kennelijk naar een hoger niveau. Geschokt vind ik een der eerste dagen op de fluwelen sprei van mijn bed een kaartje:

1. Er zat nog een vlek op het fornuis.
2. U heeft een haarspeldje laten liggen
3. De deksel van de cocotte-minute lag verkeerd.

Ik ontwikkel een arendsoog voor ongerechtigheden. Met schuldgevoel denk ik terug aan de vriendelijke verzoeken van mijn moeder die ik nooit écht hoorde. En zíj bedacht niet zulke kaartjes.
Moeizaam leer ik huis-, tuin-, en vooral keukenfrans. 'U spreekt Frans zoals Voltaire het vroeger schreef.' De kinderen hebben er geen geduld mee. Ze kunnen behoorlijk lastig zijn. Maar ik ontdek mijn eigen wapens. Ik zing. 'Yesterday,' van de Beatles. Met opengezakte monden kijken de kinderen me aan. Moeiteloos was ik ze en kleed ik ze aan terwijl ik het lied wel zes keer zing. En tijdens het eten vertel ik van Paulus de boskabouter. Met hulp van Oehoeboeroe en Krakras gaat het eten er vlotter in. Met een vriendin geniet ik mateloos van wat Parijs te bieden heeft, al hebben we het regelmatig niet gemakkelijk. Maar zowel de ups als de downs zijn voor ons aanleiding om iets lekkers te eten. Eclairs zijn favoriet.

Tegen Kerst denk en droom ik in het Frans en zijn de kinderen mijn kinderen geworden. 'Yesterday' zingen ze uit het hoofd. Ik sta stevig op eigen benen en mijn zelfvertrouwen is gegroeid. Mijn gewicht trouwens ook. Aan de koekjes van de familie ligt dat niet. In de koekjesdoos ligt ook een kaartje. Met fraaie letters geschreven: Les biscottes sont strictement réservées à madame et aux enfants.


© 2008 Christie van Rees Vellinga

 

 

     
ontwerp website: Anja Janssen